Harm Jaap Hartmans: tekst, foto’s en video’s – Oktober 2026
Redactionele intro: Heidi Muijen
In het mythische en rituele handelen wortelt volgens Huizinga de cultuur en uit die “ludische stam” ontspruiten de verschillende maatschappelijke domeinen: wetenschap en rechtspraak, de kunsten en de ambachten en andere sociale, sportieve en economische bedrijvigheid. In de woorden van Huizinga: “De vroege gemeenschap voltrekt haar handelingen, die haar tot waarborg van het heil der wereld dienen, haar wijdingen, haar offers, haar mysteriën in louter spelen in den meest directen zin des woords.”
De Olympische Spelen: een kosmopolitisch ideaal?
Niet lang geleden kreeg ik de vraag: je doet zelf nauwelijks aan sport, waarom ben je dan zo’n fan van de Olympische Spelen?
Het klopt inderdaad dat ik zelf niet veel aan sport doe. Ik volg sportwedstrijden maar incidenteel. Ik ga vrijwel nooit als toeschouwer naar sportwedstrijden en ben ook geen fanatieke aanhanger van een voetbalclub. Maar als de Olympische Spelen beginnen, verandert alles. Ik zit dan dagelijks voor de buis en wil niets missen. En dat niet alleen. Ik ben als toeschouwer zelfs op vier edities van de Olympische Spelen geweest.
Athene 2004: het begin van mijn olympische fascinatie
Mijn fascinatie voor de Olympische Spelen begon met Athene 2004. Ik houd enorm van Griekenland en de Griekse cultuur. Ik ben diverse keren in Griekenland op (talen-)reis geweest. Ik kan mij nog goed herinneren hoe een van mijn leraren Nieuw-Grieks ons in de klas vertelde hoe belangrijk het voor de Grieken was dat de Olympische Spelen eindelijk weer terugkeerden naar Griekenland. In 1996 en 2000 was het niet gelukt, maar in 2004 zou het dan eindelijk gebeuren.

Vlaggen ceremonie Olympische Spelen in Rio - foto Harm Jaap Hartmans
Vanuit het buitenland klonk veel scepsis en kritiek. De Grieken zouden niet meer in staat zijn om zo’n groot evenement te organiseren. Voor de eerste moderne editie van de Olympische Spelen in 1896 waren er geen problemen geweest. Er was destijds een prachtig stadion uit klassiek Pantelisch marmer herbouwd op dezelfde plek waar in de oudheid altijd de Panatheense Spelen waren gehouden. Een betere start van de moderne Olympische Spelen was ondenkbaar, maar net als de langwerpige vorm van dit stadion nu ongeschikt is voor moderne competities, zo zouden de Grieken nooit kunnen voldoen aan de eisen van de Olympische Spelen in de 21ste eeuw. Tenminste zo dachten de meeste westerse landen erover.
Mijn leraar in Athene zei dat Grieken dan misschien niet zo efficiënt en geordend waren als de meeste andere westerse landen, maar stelde daartegenover dat, als het echt nodig is en ook de wil er is, Grieken tot grootse dingen in staat zijn. Ik ergerde mij met hem aan de cynische commentaren die regelmatig in de krant verschenen over stakingen, stadions die nog lang niet waren voltooid, gebrekkige infrastructuur, enzovoort. Griekenland had volgens de heersende opinie in het westen duidelijk een te grote broek aangetrokken.
En toen was daar de openingsceremonie. Ik zat in spanning en vol verwachting voor de televisie te kijken hoe het moderne Griekenland zich die avond zou manifesteren. Enkele weken daarvoor waren ze al, tot verrassing van vriend en vijand, Europees voetbalkampioen geworden. Het werd een ware triomftocht: een lange processie van goddelijke schoonheid trok die avond aan de toeschouwers en televisiekijkers voorbij. Het is voor mij persoonlijk nog steeds de mooiste openingsceremonie ooit. Ik kreeg er echt tranen van in mijn ogen. Tranen van plaatsvervangende trots en blijdschap. Wat had ik er graag bij willen zijn! Een vakgenote van mij vertelde later dat ze er op uitnodiging bij was geweest en gevoeld had dat er zich voor haar ogen iets groots voltrok.
Diezelfde avond nog besloot ik voor mezelf dat ik alles op alles zou zetten om er vier jaar later in Beijing 2008 zelf bij te zijn, liefst door middel van een stage bij de Chinese vestiging van ons netwerk. Ik was toen al gestart met het leren van de Chinese taal en had in 2000 en 2002 al een talencursus in Beijing gedaan. Dus zo’n vreemde gedachte was het niet.
Je zou mijn tranen op die avond, tijdens de openingsceremonie in Athene, kosmopolitische tranen kunnen noemen.
Tussen nationale trots en kosmopolitische ontroering
Ik ben oud genoeg om nog altijd een diepe frustratie te voelen over drie verloren WK-finales. Voetbal vormt een heel ander strijdtoneel. Daar spelen tribale en nationale gevoelens vaak een overheersende rol. Op de Olympische Spelen zijn nationale gevoelens natuurlijk ook sterk aanwezig, maar ze zijn zelden allesoverheersend. Bij de moderne Olympische Spelen is het bovendien niet alles of niets. Er zijn op de Spelen immers veel medailles te winnen. Ook zilveren en bronzen medailles worden omarmd. Bij veel disciplines staat de individuele sporter met zijn of haar persoonlijke verhaal in de schijnwerpers.

Usain Bolt tijdens zijn overwinning op de Olympische Spelen in Beijing 2008 - foto Harm jaap Hartmans
Ik zal nooit vergeten hoe ik in Beijing zag hoe Usain Bolt de 200 meter won in een wereldrecordtijd. In het Vogelnest heerste een extatische atmosfeer. Ik ging er zelf, samen met wat vrienden, volledig in mee, ook al was het geen Nederlander die daar glorieus het goud pakte. Eén dag later kwamen Chinese vrienden mij vertellen dat er zo’n fantastische Nederlandse zwemmer was die leukemie had overwonnen en nu op de 10 kilometer zwemmen in open water een gouden medaille had gewonnen. Ik had voorheen nog nooit van Maarten van der Weijden gehoord, maar omdat ik Nederlander was, nam ik de felicitaties graag in ontvangst en mocht ik mij blijkbaar als Nederlander bijzonder trots tonen.
Mijn liefde voor de Olympische Spelen komt precies voort uit dat spanningsveld: zij zijn nationaal genoeg om het nationale hart te beroeren, maar kosmopolitisch genoeg om boven de nationale reflex uit te stijgen. Vrijwel alle supporters juichen ook voor knappe prestaties van sporters uit andere landen, niet alleen voor hun eigen landgenoten.
De aantrekkingskracht van de klassieke oorsprong
Een ander belangrijk element in mijn liefde voor de Olympische Spelen is de klassieke traditie. Ik heb op het gymnasium gezeten, daarna geschiedenis gestudeerd, en de klassieke oudheid fascineert mij dus al mijn hele leven. De directe band tussen de klassieke oudheid en de Olympische Spelen is voor mij een heel belangrijke factor. In 2024 werkte ik een aantal weken in Athene en ben ik speciaal naar Olympia gereisd om het ontsteken van de Olympische vlam ter plekke bij te wonen. Een paar weken later was ik aanwezig bij de overdracht van de Olympische vlam aan het organiserende comité in het Panathinaiko Stadion.
Klik hier voor het Filmpje van het ontsteken van Olympisch vuur in Olympia (2024) voor de Spelen van Paris 2024. Dit was eigenlijk de generale repetitie, maar omdat er geen felle zon was op de dag van de ceremonie, is het vuur van deze repetitie gebruikt om door te geven aan de Fransen.
Parijs 2024 was voor mij de indrukwekkendste editie van de Zomerspelen die ik heb meegemaakt. Ook al heb ik prachtige reizen gemaakt naar Beijing 2008 en Rio 2016, toch ben ik er al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw een stille voorstander van dat de Olympische Spelen ooit weer permanent en duurzaam zullen terugkeren naar Griekenland (en de Winterspelen naar het eeuwig neutrale Zwitserland), geheel gefinancierd door de internationale gemeenschap, bijvoorbeeld via een VN-organisatie.
Die gedachte hoor je tegenwoordig nauwelijks meer. Het gaat immers niet echt slecht met de laatste edities van de Spelen. Maar in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd dit idee nog met enige regelmaat uitgedragen. In Nederland werd dit idee onder meer verdedigd door Pierre Huyskens, columnist van Elsevier, die, in de geest van Cato’s Ceterum censeo (“En weer ben ik van mening”), keer op keer betoogde dat de door politiek aangetaste Olympische gedachte alleen nog gered kon worden door de Spelen terug te brengen naar hun Griekse oorsprong, liefst Olympia..
Wanneer politiek de Spelen binnendringt
In de jaren tachtig verkeerden de Olympische Spelen in een diepe crisis, nadat veel westerse landen de Spelen van 1980 in Moskou naar aanleiding van de inval in Afghanistan hadden geboycot en veel Oostbloklanden daarop hadden gereageerd door weg te blijven van de Spelen in Los Angeles in 1984. Het kosmopolitische gehalte van de Olympische Spelen stond die periode zwaar onder druk. Na de Olympische Spelen van Berlijn 1936, die algemeen worden beschouwd als de propagandaspelen van nazi-Duitsland, bereikte de politisering van de Spelen in die jaren een nieuw hoogtepunt.

Die politisering van de Spelen bestaat nog steeds, zij het telkens in andere vormen. Soms kan uitsluiting door het IOC zelf overigens terecht zijn. Tijdens recente edities van de Olympische Spelen waren Russische sporters vaak niet of slechts onder voorwaarden van de partij. Zo waren veel Russische sporters niet welkom in Rio 2016 vanwege het McLaren-rapport, waarin door de staat gesteunde manipulatie van dopingcontroles aan het licht was gekomen. Omdat de situatie in Rusland volgens het IOC onvoldoende verbeterde, bleef het land ook daarna officieel niet welkom. Dat betekende niet dat alle Russische sporters werden geweerd. Tijdens de Spelen in PyeongChang deden er dopingvrije Russische sporters mee als Olympic Athletes from Russia. Tijdens de door COVID getroffen edities van Tokyo 2020/21 en Beijing 2022 kwamen ze uit onder de naam ROC (Russian Olympic Committee).
Na de inval in Oekraïne kreeg de uitsluiting echter in de eerste plaats een politieke grondslag en daarom mochten in Parijs 2024 slechts sommige Russische en Belarussische sporters meedoen als Individual Neutral Athletes. In dit geval sloot het IOC aan bij maatregelen die veel individuele sportbonden al hadden genomen.
Geen romantisch ideaal: de lessen van de oudheid
De Olympische Spelen vinden niet plaats in een politiek vacuüm. Het zou van naïef kosmopolitisme getuigen om ieder land en iedere sporter altijd te laten meedoen. Ook de antieke Olympische Spelen geven geen aanleiding tot romantisch kosmopolitisme. De klassieke Olympische Spelen waren exclusieve spelen binnen de hele Griekse wereld die eens in de vier jaar werden georganiseerd ter ere van Zeus. De Griekse wereld bestond destijds uit vele grotere en kleinere stadstaten die geregeld met elkaar in conflict raakten. Tijdens de Spelen werden die conflicten tijdelijk terzijde gelegd zodat atleten veilig naar Olympia konden reizen.

Het uitreiken van een medaille als hulde aan de winnaars
Wie niet als Grieks werd beschouwd, was niet welkom. Zo werd ooit betwist of Alexander I van Macedonië (498-454 v.Chr.) – een verre voorvader van Alexander de Grote (356-323 v.Chr.) – wel als atleet mocht deelnemen. Macedoniërs werden door veel Grieken niet vanzelfsprekend als volwaardige Hellenen beschouwd. Pas nadat hij de officiële toezichthouders van de Spelen ervan had weten te overtuigen dat zijn koningshuis afstamde van Argos, een traditionele Griekse stad, werd hij tot de competitie toegelaten.
Alexander I schijnt zelf wel een ware atleet te zijn geweest. Volgens de Griekse historicus Herodotus eindigde hij in de stadionrace zelfs vrijwel gelijk met de uiteindelijke winnaar. Politieke machthebbers namen wel vaker deel aan de klassieke Spelen, vooral in het wagenrennen. Bij het wagenrennen gold namelijk dat de eigenaar van de wagen als feitelijke winnaar werd beschouwd. Zo kregen de klassieke Spelen in 396 en 392 v.Chr. ook hun eerste vrouwelijke winnaar: prinses Kyniska van Sparta. Het is zeer de vraag of ze daarbij zelf als toeschouwer aanwezig was. Vrouwen waren namelijk uitgesloten van deelname aan de klassieke Olympische Spelen, en ook als toeschouwer waren ze niet welkom. De overwinning werd haar dus indirect toegekend, omdat zij eigenaar was van het winnende vierspan.

Vanuit kosmopolitisch oogpunt is het interessant om te zien dat het deelnemersveld steeds verder werd uitgebreid door de groei van de Griekse invloedsfeer na de grote veroveringen van Alexander de Grote (356 tot 323 v.Chr.). In de lijsten van antieke Olympische winnaars duiken vanaf die tijd opvallend veel atleten uit Alexandrië op, met name in het hardlopen en de vechtsporten. Dat succes lijkt geen toeval: de Ptolemaïsche vorsten, opvolgers van Alexander de Grote, maakten van Alexandrië bewust een sportcentrum, met gymnasia, toegewijde trainers, financiële steun en privileges voor succesvolle atleten.
De invloed van machthebbers was dus ook tijdens de klassieke Olympische Spelen groot, omdat succes veel prestige en eeuwige roem met zich meebracht. Als zij kennis hadden gehad van stimulerende middelen die de prestaties van hun atleten konden verbeteren – en misschien hadden ze die – dan zouden ze daar vast en zeker gebruik van hebben gemaakt. Dat doet denken aan het grappige stripverhaal van Asterix, waarin de Galliërs de Romeinse atleten heimelijk hun toverdrank laten drinken, waarna ze allemaal worden gediskwalificeerd en Asterix als enige dopingvrije atleet uiteindelijk de competitie wint.
Macht, prestige en de grenzen van sportiviteit
Ten tijde van de Romeinse overheersing was deelname aan de Olympische Spelen nog kosmopolitischer geworden, maar uiteraard nog steeds “beperkt” tot de Grieks-Romeinse wereld. Het meest notoire voorbeeld van politieke invloed op de klassieke Spelen stamt uit de Romeinse tijd: keizer Nero die regeerde van 54 tot 68 na Christus. Zijn persoonlijke Olympische overwinningen waren op zijn zachtst gezegd discutabel: hij won onder meer een wagenrace waarin hij zelf van de wagen was gevallen en de finish uiteindelijk niet had gehaald. Toch ging de overwinning naar hem, niet omdat hij de beste atleet was, maar omdat niemand de keizerlijke despoot natuurlijk durfde te verslaan. Hij had bovendien verschillende extra disciplines aan het wedstrijdprogramma toegevoegd, zoals muzikale, theatrale en artistieke competities die precies aansloten bij zijn zelfbeeld als groot kunstenaar. Ook in deze disciplines behaalde hij een niet bepaald glansrijke Olympische lauwerkrans.

De Olympische Spelen zijn een spiegel van de tijd waarin ze worden gehouden. In de klassieke oudheid begon het als een plechtig religieus ritueel, maar onder Nero was er van dat sacrale karakter tijdelijk niet veel meer over. Alles stond tijdens die editie in het teken van keizerlijke ijdelheid en politieke macht.
De moderne Olympische gedachte
De moderne Olympische Spelen zijn niet religieus of sacraal, maar Pierre de Coubertin gaf ze wel een nieuwe humanistische lading en vaste rituelen mee. Voor Pierre de Coubertin moesten de Olympische Spelen meer zijn dan sport alleen: zij moesten mensen en volkeren samenbrengen in vreedzame competitie, met respect voor de tegenstander, streven naar persoonlijke excellentie en vertrouwen in goede internationale verstandhouding. Zeer kosmopolitisch dus.
Wat er ook in de toekomst gebeurt, het is belangrijk dat de Olympische beweging aan die waarden kan blijven vasthouden. Bij de FIFA hebben we de afgelopen zomer kunnen zien hoezeer, naast de politiek, ook corruptie en groot geld een bedreiging vormen. Er is veel geld nodig om de Olympische Spelen telkens weer op een nieuwe plek te organiseren. Het levert ook iedere keer weer veel lokale protesten op. De Olympische beweging heeft met Jacques Rogge en Thomas Bach redelijk capabele bestuurders gehad die de ergste politieke klippen hebben weten te omzeilen.
De laatste edities hebben laten zien dat het IOC zijn best doet om de Olympische gedachte hoog te houden en tegelijk de Spelen duurzamer probeert te maken. Als liefhebber hoop ik van harte dat het Kirsty Coventry eveneens zal lukken om de Olympische Spelen op koers te houden in deze steeds turbulentere tijden.
Waarom de wereld dit ritueel nodig heeft
De wereld heeft in mijn ogen zo’n groot kosmopolitisch evenement nodig: een ritueel waarin atleten uit alle delen van de wereld zich, toegejuicht door een gemêleerd mondiaal publiek, op eerlijke en sportieve manier met elkaar kunnen meten. Misschien kan dat ritueel de wereld blijven rondgaan, misschien strijkt het ooit weer permanent neer in het land van oorsprong.
De idealen die aan de moderne Olympische Spelen ten grondslag liggen – vreedzame competitie, wederzijds respect en internationale verbondenheid – verdienen het om in ieder geval eens in de vier jaar hoog te worden gehouden.
Als de Olympische beweging daarin slaagt, zal ik voor de televisie waarschijnlijk nog vele kosmopolitische tranen kunnen plengen.
Gerelateerde artikelen
Beeldende Kunst, Beschouwing, Inter-Culturele Rituelen voor Wereldburgerschap
Beeldende Kunst, Beschouwing, Inter-Culturele Rituelen voor Wereldburgerschap
Beschouwing, Inter-Culturele Rituelen voor Wereldburgerschap, Verslag



